• Alles over het oude Rotterdam
  • verhalen herinneringen oude foto,s
  • tot 1960
Geschiedenis oud Rotterdam » rotterdammers wonderen en techniek

Rotterdammers en hun wonderen en techniek


De plechtige opening van het gloednieuwe Coolsingelziekenhuis was ongetwijfeld voor Rotterdam de belangrijkste gebeurtenis van het jaar 1851. Alleen de naam al was een nieuwigheid: geen 'gasthuis', zoals het oude gebouw aan de Hoogstraat, maar een 'ziekenhuis', een kloek gebouw van vier verdiepingen, gelegen aan de rand van de stad, aan de Coolsingel. Dit imposante gebouw was in veel opzichten een aankondiging dat ook Rotterdam een nieuwe tijd was binnengetreden. Het Coolsingelziekenhuis beschikte over ruime, hygiënische ziekenzalen, bad- en waskamers en keukens, maar herbergde ook een technische installatie die zijn weerga niet kende in het toenmalige Rotterdam. In het souterrain bevond zich een stoommachine, die als een centrale krachtbron voor het gehele complex diende. Deze machine dreef de pompen aan die het 'schone' Maaswater uit de Leuvehaven aanvoerden en dit door het gehele gebouw verspreidden, zij het met afnemende druk naarmate men hoger kwam. De hitte van de stoomleidingen werd tevens benut voor het drogen van het linnengoed en de bereiding van voedsel en medicamenten.En tenslotte was er het grootste wonder van het nieuwe gebouw: het geheimzinnige 'ijzer kamertje' voor de zieken. Met behulp van de stoommachine kon dit vertrekje, geladen met bedden, tot de hoogste verdieping opstijgen, wat het al snel de bijnaam 'het rijzende kamertje' of 'trijskamertje' gaf. Voor de geneesheer-directeur dr. J.B. Molewater was 'zijn' ziekenhuis een sprekend bewijs 'dat Nederland niet in alles achterlijk is gebleven'.Ondanks dat hypermoderne hospitaal was Rotterdam in die dagen inderdaad een achterlijke stad, waar de burgers maar nauwelijks merkten dat ze in de negentiende eeuw, het tijdperk van de vooruitgang, leefden. En toch waren de tekenen van die nieuwe tijd voor de goede opmerker al zichtbaar. Af en toe voer er bijvoorbeeld een stoomboot over de Maas en er waren in 1850 ook al tientallen fabrieken en werkplaatsen waar handkracht gedeeltelijk was vervangen door stoommachines. Een paar jaar eerder was de eerste stoomtrein in Rotterdam gearriveerd, in het kopstation bij het Slagveld, vlakbij het tegenwoordige Hofplein. Maar de meeste Rotterdammers bleven in hun dagelijks leven toch nog verstoken van de geneugten van de moderne techniek. Stromend water, 

 

Rating: 0 sterren
0 stemmen

De Plaatselijke telefoondienst Rotterdam

Voordat het nieuwe gebouw werd gebruikt voor de activiteiten van de PTT, werden meerdere andere gebruikt door de Gemeentelijke Telefoondienst van Rotterdam.

Op 3 september 1895 besloot de Gemeenteraad van Rotterdam om de concessie van de Nederlandsche Bell-Telephoon Maatschappij, die al vanaf 1 oktober 1881 de telefooninrichting van de gemeente exploiteerde en in 1896 zou eindigen, niet te verlengen. Als respons hierop nam de gemeente de exploitatie van het belverkeer zelf op zich, spendeerde de Gemeenteraad een bedrag van 650.000 Gulden tot de oprichting van een geheel nieuw gemeentebedrijf. Zo werd de Gemeentelijke Telefoondienst geboren.

De eerste telefooncentrale werd op 1 oktober 1896 op de bovenverdieping van de Vleeschhal gevestigd aan de Gedempte Botersloot. Door de kamers te verbouwen en boven het gedeelte van de hal, dat niet opgetrokken was, twee verdiepingen te plaatsen, kreeg men onder andere de beschikking over een zaal waarin de schakeltafels konden worden geplaatst.Deze tafels konden wel 8100 abonnees bedienen volgens een lokaal batterijsysteem. De eerste directeur van de maatschappij was F.W. Hudig, de voormalige administrateur van de afdeling Rotterdam van de Nederlandsche Bell-Telephoon Maatschappij.-LEES MEER


DE ROTTERDAMSE DRINKWATER LEIDING GESCHIEDENIS              fOTO aLBUM

Het Rotterdamse drinkwater was van oudsher berucht. Mensen van buiten kregen er een ingewandsaandoening van, die ‘De Rotterdammer’ heette. In de loop van de negentiende eeuw werd bovendien duidelijk dat de voortdurend terugkerende cholera-epidemieën te maken hadden met verontreinigd drinkwater. De gemeenteraad ging in 1854 akkoord met de uitvoering van het zogeheten Waterproject van stadsarchitect W.N. Rose. De aanleg van een stelsel van singels waarvan het water geregeld ververst werd, betekende een flinke stap vooruit. Maar de definitieve oplossing was het niet, omdat de bevolking de singels en grachten als riool bleef gebruiken. Daarom werd in 1869 besloten tot de oprichting van een gemeentelijk Drinkwaterbedrijf. LEES MEER.


doe nu méér met electrisch'-rOTTERDAM

Het Witte Huis was overigens niet het eerste gebouw in Rotterdam met elektriciteit. De eerste proeven met deze nieuwe vorm van energie werden al kort na 1880 gehouden. In 1882 richtte een Belgische maatschappij een kleine elektrische centrale op, speciaal voor de verlichting van de Passage. Grand Hotel Coomans aan de Hoofdsteeg huurde een paar jaar later een dynamo van Willem Smit in Slikkerveer, om daarmee accu's op te laden waarop 130 lampen konden branden. We mogen aannemen dat de lampen waarom het ging zogenaamde koolspitslampen waren, want de gloeilamp was in deze tijd nog in de laboratoriumfase. Die koolspitslampen verspreidden weliswaar een helder licht, maar hadden een vrij korte levensduur. De gloeispitsen die het licht verspreidden, moesten regelmatig worden bijgesteld, omdat ze langzaam verbrandden. Experimenten met gloeilampen werden in deze jaren overal ter wereld gedaan

FOTO MIX ROTTERDAMMERS WONDEREN EN TECHNIEK

Het is duidelijk dat er omstreeks 1875 een nieuw zelfvertrouwen in Rotterdam was ontstaan. Overal was te zien dat het moderne Rotterdam vorm begon te krijgen.Typisch voor het negentiende-eeuwse bouwen was de ruime toepassing van ijzer en glas. In 1867 kreeg de oude Beurs een overkapte binnenplaats in deze materialen en ook de overdekte winkelstraat uit 1879 tussen de Coolsingel en de Korte Hoogstraat had een fraai gewelfd glazen dak. In deze Passage bevond zich onder meer een badinrichting. In 1906 vestigde zich op nummer 20 het 'Magazijn van Willem de Jong', dat 'gramophones en zonophones' verkocht. Achter de winkel was een salon ingericht voor 'eventuele liefhebbers, die dan kunnen hooren, dat zij geen kat in den zak koopen'. Niet ver van de Passage werd in 1881 een nieuwe Zeevischmarkt gebouwd, ook al zo'n negentiende-eeuwse ijzerconstructie. Deze overdekte hal was zowel vismarkt^als visafslag.Tot aan de afbraak in 1932 brachten de vissersschepen hun vis rechtstreeks naar deze markt, die op het punt lag waar de Blaak in de Leuvehaven uitkwam. Al deze bouwwerken zijn allang verdwenen door afbraak of als gevolg van het bombardement van mei 1940. Dat laatste geldt ook voor een complex dat kort na de voltooiing van het luchtspoor verrees op een overkluisd gedeelte van de Oudehaven, niet ver van het Beursstation. De naam van dit gebouw, 'Plan C', leeft echter nog door in de naam van een horeca-onderneming op dezelfde plaats. Die wonderlijke naam herinnert aan de systematische wijze waarop Gemeentewerken in die jaren te werk ging. Om de verkeerssituatie ter plaatse te verbeteren, diende deze dienst drie plannen in: A, B en C. Plan C werd uitgevoerd en deze naam bleef in gebruik voor hel gebouw dal in IKKU op deze plaats werd geopend.