Rotterdam vervlogen jaren
  • Alles over het oude Rotterdam
  • verhalen herinneringen oude foto,s
  • tot 1960

Rotterdam Fijne stad om te werken en te wonen

Sinds de negende eeuw lag op de plaats van het huidige stadscentrum van Rotterdam de nederzetting Rotta. Deze werd in de twaalfde eeuw onbewoonbaar door overstromingen van de rivier Rotte. Omstreeks 1270 werd in de Rotte een dam gelegd op de plek waar de Hoogstraat de Rotte kruist. Hieraan ontleent Rotterdam zijn naam. Rond deze dam ontstond een nederzetting waar men in eerste instantie leefde van visserij. Al snel werd het ook een handelsplaats en ontstonden de eerste havens. Op 17 maart 1299 kreeg Rotterdam van graaf Jan I van Holland stadsrechten. In het verleden werd er algemeen van uitgegaan dat die nog datzelfde jaar, na de dood van Wolfert I van Borselen (de voogd van Jan I) en Jan I zelf, werden herroepen, maar die visie is niet meer algemeen gangbaar.[3] Hoe het ook zij, op 7 juni 1340 verleende graaf Willem IV van Holland (opnieuw) stadsrechten. In 1360 werd een stadsmuur gebouwd, nadat men daar in 1358 toestemming voor had gekregen van Albrecht van Beieren.--Lees meer



Pagina 1-Rotterdam openbare diensten

Roteb-Politie-Brandweer

Pagina 2-Rotterdamse wijken

Pagina 3-

Verpleging

GGD -Ziekenhuizen

Pagina 4-Scholen 

koninginnendagen en v.v.v week

Rotterdam

        pagina 5-

vertier - weeskinderen-bevrijding


ROTTERDAMMERS INKOMEN EN UITGAVEN


Hoogstraat

Maar de Hoogstraat was meer dan Ter Meulen en V&D. Het was de slagader van winkelend Rotterdam en volgens de over­levering op de kop af precies een kilometer lang. Niet de hele straat was overigens even sjiek. Het is opmerkelijk dat de nog steeds bestaande tegenstelling tussen het gedeelte van de Hoogstraat ten oosten van het viaduct en dat aan de westkant al in het begin van deze eeuw aanwezig was. Hel sluk dal hel dichtst bij de Coolsingel lag, werd wel het 'gouden' deel van de Hoogstraat genoemd. Naarmate men dichter bij het Oostplein kwam, liep hel niveau zienderogen terug: van zilver via brons naar 'oud ijzer'. Met dat laatste bedoelde men het stukje tussen Goudsewagenstraal en Oostplein. Tot de winkels van de beste stand, op het gouden deel, behoorden gerenommeerde zaken als de banketbakkerij van Pöckel en modezaken als Lampe en Meddens, die reeds sinds 1830 in 'fijne heerenkleding' deed. Ter Meulen zal niet rouwig zijn geweest om zijn plaats in het 'oud ijzeren' stuk van de Hoogstraat, want daar zat hij dicht bij de markt op de Goudsesingel, waar twee maal per week - op dinsdag en op zaterdag - de kooplustigen in drommen op af kwamen. Het winkelgebied van Rotterdam was echter groter dan de Hoogstraat. Aan de westkant lagen de Korte Hoogstraat en de Passage, die weliswaar minder deftig was dan men in 1879 had verwacht, maar waar toch een aantal 'speciaalzaken' was gevestigd, zoals kantoorboekhandel Biene & Co en verder de ondergrondse badinrichting van Hoogendijk. Een vooraan­staand winkelgebied was ook de Blaak, in het bijzonder de zonnige noordkant, waar je heerlijk kon wandelen onder de platanen. Daar waren onder meer de Gezusters Wier te vinden met hun zaak in 'fijne dameskleding'. Anders dan de naam doet vermoeden, was de Hoofdsteeg een brede en keurige straat. Behalve Grand Hotel Coomans was er het grote confectie­magazijn van Esders, op de hoek van de Houttuin. Esders was al rond de eeuwwisseling één van de grootste op dit gebied in Rotterdam. Hoewel men in de hoogste kringen nog veel maat­kleding liet vervaardigen, was Esders bepaald geen doorsnee­zaak. Dat blijkt niet alleen uit de pretentieuze Franse naam van de winkel 'A la grande Fabrique', maar ook uit de prijzen die men er moest neertellen. Een 'velocipedistencostuum, en pof­broek, in blauw en fantaisie cheviott' kostte er in 1896 tussen de acht en veertien gulden, het weekloon van een arbeider. En een eenvoudig matrozenpakje voor kinderen kwam toch ook al gauw op een gulden of drie. Echt duur waren herenjassen 'gegarneerd met astrakan en pelsen': rond de vijftig gulden! De confectiekleding die men er kocht, was overigens alleen voor heren en kinderen; voor dames werd 'slechts naar maat' geleverd. Bij eerste-klas-zaken als Esders ging de klant, ook als hij wél geslaagd was, met lege handen naar huis. De aan­gekochte artikelen werden doorgaans thuis afgeleverd. En betaling werd ook zo discreet mogelijk, buiten het zicht van andere klanten afgehandeld.