Veel plezier

ROTTERDAMMERS HUN HERRINNERINGEN AAN TOEN


De plaatselijke tijd in Rotterdam:

 

Geschiedenis Rotterdam

Sinds de negende eeuw lag op de plaats van het huidige stadscentrum van Rotterdam de nederzetting Rotta. Deze werd in de twaalfde eeuw onbewoonbaar door overstromingen van de rivier Rotte. Omstreeks 1270 werd in de Rotte een dam gelegd op de plek waar de Hoogstraat de Rotte kruist. Hieraan ontleent Rotterdam zijn naam. Rond deze dam ontstond een nederzetting waar men in eerste instantie leefde van visserij. Al snel werd het ook een handelsplaats en ontstonden de eerste havens. Op 17 maart 1299 kreeg Rotterdam van graaf Jan I van Holland stadsrechten. In het verleden werd er algemeen van uitgegaan dat die nog datzelfde jaar, na de dood van Wolfert I van Borselen (de voogd van Jan I) en Jan I zelf, werden herroepen, maar die visie is niet meer algemeen gangbaar.[3] Hoe het ook zij, op 7 juni 1340 verleende graaf Willem IV van Holland (opnieuw) stadsrechten. In 1360 werd een stadsmuur gebouwd, nadat men daar in 1358 toestemming voor had gekregen van Albrecht van Beieren Lees meer


New 2021-ROTTERDAMMERS EN HUN ARMEN EN ZIEKEN

Eerste hulp

In de kleine nederzetting aan de Rotte bestond al in 1329 een instelling die voor zieken zorgde. Dat was het gasthuis. Daar konden vreemdelingen van buiten de stad, zoals kooplui en schippers.

verpleging krijgen als ze in Rotterdam ziek waren geworden. Voor de Rotterdammers zelf was zo'n voorziening niet nodig. Familie en bekenden zorgden voor zieken of gebrekkigen. Ook minvermogenden deden meestal niet tevergeefs een beroep op hun familie.

Aan het eind van de veertiende eeuw bestond er wel een Leprooshuis waarin Rotterdammers werden opgenomen. In de middeleeuwse stad kwam namelijk de gevreesde melaatsheid of lepra voor. Deze besmettelijke huidziekte, die op den duur tot afzichtelijke verminkingen leidt, gold in de middeleeuwen als een straf van God. De melaatsen werden beschouwd als 'van God geslagenen'. Daarom, en ook om het besmettingsgevaar, stond het Leprooshuis buiten de stad, aan de Schie. Als de ongelukkigen die daar gedwongen woonden, het terrein van het huis verlieten, moesten ze een ratel meenemen; dat ding werd lazarusklep of klapper genoemd. De gezonde mensen konden dan horen dat er een melaatse aankwam. Voor het gebouw aan de Schiekade stond de hele dag een lepralijder om aalmoezen van passerende schuiten en rijtuigen te vragen. Dat was de 'klapknecht', genoemd naar het kenteken van de melaatsen dus. Behalve de ratel had hij, op borst en rug, beschilderde bordjes hangen; in zijn nabijheid was altijd een grote hond. Het collecteren bij de schuiten die voorbijkwamen, ging als volgt: de klapknecht gooide de schipper een busje toe, om geld in te doen. Maar deze gooide het busje kennelijk niet altijd goed naar de kant terug, want de klapknecht had steevast een lange stok met een netje bij zich om de opbrengst op te vissen. En als de stok niet ver genoeg reikte, kwam de hond in actie. Het dier bracht dan zwemmend het busje met het klapgeld aan wal.

De leprozen gingen naar de stad om te bedelen. Tijdens de Paasdagen trokken ze zelfs in processie

door Rotterdam en Schieland, om onder gezang en 'muziek' van de ratels aalmoezen bij elkaar te bedelen. Deze hartverscheurende aanblik van ellende deed menig burger in de buidel tasten. Maar hoe afschuwelijk de leprozen er ook aan toe waren, in één opzicht waren ze toch te benijden. Het was hun namelijk toegestaan overal in de stad de hand op te houden, terwijl andere armen alleen bij de kerk mochten bedelen. Zo kwamen gezonde mensen er toe te doen alsof ze melaats waren. En dit had weer tot gevolg dat echte leprozen moesten bewijzen dat ze werkelijk de ziekte hadden. Het bewijs daarvoor moest helemaal in Haarlem worden opgehaald, bij de geneesheer van de Sint Jacobskapel.

 

 Het armbestuur van Rotterdam had in de 19de eeuw zijn kantoor in het voormalige Oudemannenhuis aan de Hoogstraat. In het gebouw waren verder nog een armenschool, de stadsapotheek en de stadsbakkerij gevestigd.
Het armbestuur van Rotterdam had in de 19de eeuw zijn kantoor in het voormalige Oudemannenhuis aan de Hoogstraat. In het gebouw waren verder nog een armenschool, de stadsapotheek en de stadsbakkerij gevestigd.
De keuken van het Gereformeerd Burgerweeshuis aan de Goudsewagenstraat was de hele dag in vol bedrijf om alle wezen drie maal per dag van een maaltijd te voorzien.
De keuken van het Gereformeerd Burgerweeshuis aan de Goudsewagenstraat was de hele dag in vol bedrijf om alle wezen drie maal per dag van een maaltijd te voorzien.
 Na afloop van de Eerste Wereldoorlog heerste de Spaanse Griep. Deze ziekte maakte veel slachtoffers onder de door honger en eenzijdige voeding verzwakte bevolking. In een parochiezaaltje werden patiënten uit Joegoslavië en Portugal verpleegd (Coll. M.J.
Na afloop van de Eerste Wereldoorlog heerste de Spaanse Griep. Deze ziekte maakte veel slachtoffers onder de door honger en eenzijdige voeding verzwakte bevolking. In een parochiezaaltje werden patiënten uit Joegoslavië en Portugal verpleegd (Coll. M.J.
Bejaarde mannen in het gemeentelijk Tehuis voor Ouden van Dagen aan de Oostervantstraat moesten in 1950 nog touwsplitsen als tegenprestatie voor hun verzorging (Foto Het Vrije Volk).
Bejaarde mannen in het gemeentelijk Tehuis voor Ouden van Dagen aan de Oostervantstraat moesten in 1950 nog touwsplitsen als tegenprestatie voor hun verzorging (Foto Het Vrije Volk).
 Zo'n 25 jaar later hadden de bewoners van het verouderde gebouw van het Antonius-verpleegtehuis aan de Nieuwe Binnenweg het heel wat plezieriger (GA).
Zo'n 25 jaar later hadden de bewoners van het verouderde gebouw van het Antonius-verpleegtehuis aan de Nieuwe Binnenweg het heel wat plezieriger (GA).
In 1620 kochten de regenten van het Oudenvrouwenhuis een deel van het terrein van het voormalig Predikherenklooster. Daar verrees een tehuis voor zeventien arme, oude vrouwen.
In 1620 kochten de regenten van het Oudenvrouwenhuis een deel van het terrein van het voormalig Predikherenklooster. Daar verrees een tehuis voor zeventien arme, oude vrouwen.
Toen de laatste provenier in 1863 was gestorven, bleef het Proveniershuis aan de Schiekade als een inrichting voor bejaarde mannen voortbestaan. In het grote huis sliepen de bejaarden in bedsteden, de enige plaats waar ze alleen konden zijn
Toen de laatste provenier in 1863 was gestorven, bleef het Proveniershuis aan de Schiekade als een inrichting voor bejaarde mannen voortbestaan. In het grote huis sliepen de bejaarden in bedsteden, de enige plaats waar ze alleen konden zijn
Anderen waren fortuinlijker en konden in één van de kleine huisjes een plaatsje krijgen (rechts). Beide foto's zijn gemaakt door F. von Póppinghausen vlak vóór de sloop van het hele complex in 1898 (GA).
Anderen waren fortuinlijker en konden in één van de kleine huisjes een plaatsje krijgen (rechts). Beide foto's zijn gemaakt door F. von Póppinghausen vlak vóór de sloop van het hele complex in 1898 (GA).
 Bij de herdenking van het 100-jarig bestaan van het hofje van Gerrit de Koker in 1884 werd deze opname van alle inwoonsters gemaakt. Naast het hofje aan de Goudsesingel stichtte de familie De Koker ook nog een hofje aan de westzijde van de stad
Bij de herdenking van het 100-jarig bestaan van het hofje van Gerrit de Koker in 1884 werd deze opname van alle inwoonsters gemaakt. Naast het hofje aan de Goudsesingel stichtte de familie De Koker ook nog een hofje aan de westzijde van de stad
 Een chique gezelligheidsvereniging met een nobel doel, zo kan men het 'College van Collectanten tot instandhouding van den Openbaren Eeredienst bij den Nederduitschen Hervormden Gemeente te Rotterdam' wel noemen. Het college was in 1812 opgericht.
Een chique gezelligheidsvereniging met een nobel doel, zo kan men het 'College van Collectanten tot instandhouding van den Openbaren Eeredienst bij den Nederduitschen Hervormden Gemeente te Rotterdam' wel noemen. Het college was in 1812 opgericht.
In 1907 herdacht het Genootschap Nederig en Menschlievend zijn 100-jarig bestaan. Bij die gelegenheid werd van het bestuur deze statiefoto gemaakt (GA).
In 1907 herdacht het Genootschap Nederig en Menschlievend zijn 100-jarig bestaan. Bij die gelegenheid werd van het bestuur deze statiefoto gemaakt (GA).
Talrijke bazaars, collecten en vrijwillige bijdragen stelden de Evangelisch-Lutherse Gemeente in staat om een fraai herenhuis aan de Nieuwehaven te kopen. Bejaarde leden van de kerk die in behoeftige omstandigheden verkeerden
Talrijke bazaars, collecten en vrijwillige bijdragen stelden de Evangelisch-Lutherse Gemeente in staat om een fraai herenhuis aan de Nieuwehaven te kopen. Bejaarde leden van de kerk die in behoeftige omstandigheden verkeerden

(New 2021) ROTTERDAMMERS EN HUN DAGELIJKSE LEVEN

Toen de kleine koningin Wilhelmina samen met koningin ­moeder Emma op 9 juni 1899 Rotterdam bezocht, stond de hele stad, zo leek het wel, op zijn kop. Na een ontvangst in het stadhuis daalden de in het wit geklede vorstinnen de trappen aan de Kaasmarkt af, naar de open landauer, waar bloemen op de voorbank lagen. Hoogwaardigheidsbekleders in hun uniformen keken gespannen toe of alles goed verliep en een duizendkoppige menigte deed wat duizendkoppige menigtes bij zulke gelegenheden te doen valt: juichen en hoera roepen. Eèn uur na dit 'historisch moment' stond de bakkersknecht alweer aan zijn oven, schrobde de dienstbode de gang en zat de bankbediende achter zijn lessenaar, want het dagelijks leven ging ondanks vorstelijke bezoeken gewoon door. Dat leven speelde zich af in een stad die zich in minder dan een eeuw van een flinke provincieplaats tot wereldhaven ontwikkelde en soms de eigen groei niet kon bijhouden. Grootsteedse allure en benauwd provincialisme, burgerlijke gezapigheid en bevlogen dadendrang gingen in Rotterdam hand in hand en bepaalden het dagelijks leven van de inwoners. Wat dat betreft is er in Rotterdam weinig veranderd.

Omstreeks 1898 stelde de fotograaf CE. Mógle een foto-album samen waarin ook aandacht werd geschonken aan de - toen nog - landelijke omgeving van de stad. Mögle bracht eveneens een bezoek aan een eenvoudige visserswoning in de buurt van Kralingen
Omstreeks 1898 stelde de fotograaf CE. Mógle een foto-album samen waarin ook aandacht werd geschonken aan de - toen nog - landelijke omgeving van de stad. Mögle bracht eveneens een bezoek aan een eenvoudige visserswoning in de buurt van Kralingen
Vanuit zijn atelier aan de Kipstraat 101 maakte H..1. van Dorp op 9 juni 1899 deze opname van koningin Wilhelmina, die lachend de hulde van de Rotterdamse bevolking in ontvangst neemt.
Vanuit zijn atelier aan de Kipstraat 101 maakte H..1. van Dorp op 9 juni 1899 deze opname van koningin Wilhelmina, die lachend de hulde van de Rotterdamse bevolking in ontvangst neemt.
De welgestelde familie Jurriaanse bewoonde in 1915 de buitenplaats Stadwijk aan de Oudedijk. Voor de piano, een instrument dat in elke salon aanwezig behoorde te zijn, staat een impératrice, genoemd naar keizerin Eugenie, de echtgenote van Napoleon III.
De welgestelde familie Jurriaanse bewoonde in 1915 de buitenplaats Stadwijk aan de Oudedijk. Voor de piano, een instrument dat in elke salon aanwezig behoorde te zijn, staat een impératrice, genoemd naar keizerin Eugenie, de echtgenote van Napoleon III.
Jon Mees behoorde tot de eerste Rotterdammers die een vélocipède bezaten. Hij kocht dat rijwiel omstreeks 1885 in Engeland. Coll. Van der Hoeven.
Jon Mees behoorde tot de eerste Rotterdammers die een vélocipède bezaten. Hij kocht dat rijwiel omstreeks 1885 in Engeland. Coll. Van der Hoeven.
 Tot 1900 woonde bankier Marten Mees op de buitenplaats Katendrecht. In 1900 werd die buitenplaats door de gemeente ten behoeve van de havenuitbreidingen onteigend. Maar daar heeft de familie - hier gefotogra¬feerd aan de maaltijd - in 1893 nog geen weet
Tot 1900 woonde bankier Marten Mees op de buitenplaats Katendrecht. In 1900 werd die buitenplaats door de gemeente ten behoeve van de havenuitbreidingen onteigend. Maar daar heeft de familie - hier gefotogra¬feerd aan de maaltijd - in 1893 nog geen weet
Kasten en andere meubels werden omstreeks 1910 nog eenvoudig op bestelling door de timmerman of meubelmaker geleverd. Per bakfiets werden via de Meent de kasten naar de opdrachtgever gebracht. Rechts het zogenoemde Schotse of Armenkerkje
Kasten en andere meubels werden omstreeks 1910 nog eenvoudig op bestelling door de timmerman of meubelmaker geleverd. Per bakfiets werden via de Meent de kasten naar de opdrachtgever gebracht. Rechts het zogenoemde Schotse of Armenkerkje
ln de Zandstraat werden omstreeks 1910 regelmatig tweedehands goederen bij opbod verkocht. Velen die maar net voldoende geld gespaard hadden om hun 'uitzet' te kunnen betalen, kochten er hun eerste meubeltjes.
ln de Zandstraat werden omstreeks 1910 regelmatig tweedehands goederen bij opbod verkocht. Velen die maar net voldoende geld gespaard hadden om hun 'uitzet' te kunnen betalen, kochten er hun eerste meubeltjes.
Omstreeks 1910 maakte Henri Berssenbrugge deze opname van een hofje aan de Linker Rottekade. Veel vrouwen die daar woonden, deden als bijverdienste de was voor beter gesitueerden. Vlees en eieren waren in die tijd nog een grote luxe
Omstreeks 1910 maakte Henri Berssenbrugge deze opname van een hofje aan de Linker Rottekade. Veel vrouwen die daar woonden, deden als bijverdienste de was voor beter gesitueerden. Vlees en eieren waren in die tijd nog een grote luxe
Op een vlonder aan een slootje in Kralingen wringt een vrouw de was uit. Fotograaf C.E. Mögle, die omstreeks 1898 deze opname maakte, was een groot liefhebber van dergelijke zorgvuldig samengestelde landelijke tafereeltjes.
Op een vlonder aan een slootje in Kralingen wringt een vrouw de was uit. Fotograaf C.E. Mögle, die omstreeks 1898 deze opname maakte, was een groot liefhebber van dergelijke zorgvuldig samengestelde landelijke tafereeltjes.
 Elke familie die zich dat maar enigszins kon permitteren, beschikte vóór de Eerste Wereldoorlog over een inwonende dienstbode.     i Eerlijkheid en bescheidenheid, dat waren de belangrijkste eisen waaraan zo'n meisje moest voldoen.
Elke familie die zich dat maar enigszins kon permitteren, beschikte vóór de Eerste Wereldoorlog over een inwonende dienstbode. i Eerlijkheid en bescheidenheid, dat waren de belangrijkste eisen waaraan zo'n meisje moest voldoen.
Voor het atelier van fotograaf Henri Berssenbrugge, aan het adres Bosje 17b, staat een echtpaar met een hondenkar die is beladen met turf. Foto H. Berssenbrugge.
Voor het atelier van fotograaf Henri Berssenbrugge, aan het adres Bosje 17b, staat een echtpaar met een hondenkar die is beladen met turf. Foto H. Berssenbrugge.
 C. Vredenburgh maakte omstreeks 1916 deze opname van een groep mannen rond een mossel-kar. Een emmer Zeeuwse mosselen kostte in die oorlogsjaren 15 cent.
C. Vredenburgh maakte omstreeks 1916 deze opname van een groep mannen rond een mossel-kar. Een emmer Zeeuwse mosselen kostte in die oorlogsjaren 15 cent.

ROTTERDAMMERS IN KLANK EN BEELD

De Dutch Windmill

Bep van Klaveren: zonder enige twijfel is hij Nederlands bekendste bokser. De naam van de Crooswijker spreekt nog steeds tot ieders verbeelding. En dat komt niet alleen door zijn geweldige prestaties in de boksring, maar ook door zijn aparte levenswijze en zijn kleurrijk taalgebruik.De 8()-jarige Bepvan Klaveren - in september 1987 werd hij op zijn verjaardag uitgebreid met dat feit gehuldigd - is ongekend populair. Zijn bijnaam 'Dutch Windmiir dankt Van Klaveren aan het gegeven dat hij met zijn armen, zijn 'molenwieken', stevige klappen uitdeelde. Het eerste grote bokssucces, waarvoor hij zich in zijn eigen woorden, 'te pletter' had getraind, was zijn gouden Olympische medaille in het vedergewicht tijdens de Spelen in Amsterdam (1928). Daarna werd hij snel professional. Van Klaveren behaalde het Europees kampioenschap in het licht- en middengewicht en daarna bracht hij een aantal succesvolle jaren door in de Verenigde Staten.

Bep van Klaveren zorgde er met enkele uitstekende boksers als Piet van der Veer, Herman van 't Hoff, Leen Sanders en Luc

In de zomer van 1938 bokste Bep van Klaveren in het Feyenoord Stadion om het Europees kampioenschap tegen de Franse bokser Tenet. Van Klaveren won op punten. De titel kreeg hij door een foutieve beslissing van de scheidsrechter pas een week of zeven daarna.

Het bezorgerskarretje van Willem de Jong, de bekende grammofoonplatenzaak in de Passage. Boven op het wagentje zitten de hondjes die sprekend lijken op het beestje dat prijkt op het label van 'His Masters Voice' (GA).
Het bezorgerskarretje van Willem de Jong, de bekende grammofoonplatenzaak in de Passage. Boven op het wagentje zitten de hondjes die sprekend lijken op het beestje dat prijkt op het label van 'His Masters Voice' (GA).
In de Leeuwenstraat, dichtbij de rommelige-rosse buurt rond de Zandstraat, zitten bewoners, voor het pand van 'koffyhuishouder' J.H. van de Sloot, waar ook wel een stevig borrel werd geschonken, behagelijk in het zonnetje. Foto H. Berssenbrugge (GA).
In de Leeuwenstraat, dichtbij de rommelige-rosse buurt rond de Zandstraat, zitten bewoners, voor het pand van 'koffyhuishouder' J.H. van de Sloot, waar ook wel een stevig borrel werd geschonken, behagelijk in het zonnetje. Foto H. Berssenbrugge (GA).
De winkels aan de Groene Zoom in  zuid droegen de namen De Dorpssmid. De Korenschoof en Het Volks warenhuis. De OJ dateert uit 1923 (GA).
De winkels aan de Groene Zoom in zuid droegen de namen De Dorpssmid. De Korenschoof en Het Volks warenhuis. De OJ dateert uit 1923 (GA).
Het meubelmagazijn van Piet van Reeuwijk in de Kipstraat brandde zaterdagavond 27 april 1929 tot        < de grond af (Foto Rotterdamsch Nieuwsblad).
Het meubelmagazijn van Piet van Reeuwijk in de Kipstraat brandde zaterdagavond 27 april 1929 tot < de grond af (Foto Rotterdamsch Nieuwsblad).
Bep van Klaveren: zonder enige twijfel is hij Nederlands bekendste bokser. De naam van de Crooswijker spreekt nog steeds tot ieders verbeelding. En dat komt niet alleen door zijn geweldige prestaties in de boksring. maar ook door zijn aparte levenswijze e
Bep van Klaveren: zonder enige twijfel is hij Nederlands bekendste bokser. De naam van de Crooswijker spreekt nog steeds tot ieders verbeelding. En dat komt niet alleen door zijn geweldige prestaties in de boksring. maar ook door zijn aparte levenswijze e
De opening van het Feyenoord Stadion op 27maart 1937. Jhr. mr. dr. J.D.H. de Beaufort, kamerheer van H.M. de Koningin, knipt het lint door (Foto Polygoon).
De opening van het Feyenoord Stadion op 27maart 1937. Jhr. mr. dr. J.D.H. de Beaufort, kamerheer van H.M. de Koningin, knipt het lint door (Foto Polygoon).
Op 15 juni 1937 vulde een graafmachine de eerste vrachtwagen met grond die werd afgevoerd voor de aanleg van het Maastunnel-tracee (Foto Polygoon).
Op 15 juni 1937 vulde een graafmachine de eerste vrachtwagen met grond die werd afgevoerd voor de aanleg van het Maastunnel-tracee (Foto Polygoon).
Werkers aan de bouw van de Maastunnel i schaftpauze, in 1938 (GA).
Werkers aan de bouw van de Maastunnel i schaftpauze, in 1938 (GA).
De brandstoffenhandel en waterstokerij op de hoek van de Rubroekstraat en de Tweede Crooswijkse-dwarsstraathadin 1950. hetjaardatJ.F.H.Roovers deze opname maakte, nog niet over klandizie te klagen.
De brandstoffenhandel en waterstokerij op de hoek van de Rubroekstraat en de Tweede Crooswijkse-dwarsstraathadin 1950. hetjaardatJ.F.H.Roovers deze opname maakte, nog niet over klandizie te klagen.
Ir. Witteveen en burgemeester mr. Oud bespreken enkele maanden na het bombardement het     > weder opbouwplan voor Rotterdam (Foto Polygoon).
Ir. Witteveen en burgemeester mr. Oud bespreken enkele maanden na het bombardement het > weder opbouwplan voor Rotterdam (Foto Polygoon).
Het café De Hooge Boomen op de hoek Schiedamseweg-Mathenesserweg enkele dagen na het bombardement van 31 maart 1943 (Foto J. RH. Roovers).
Het café De Hooge Boomen op de hoek Schiedamseweg-Mathenesserweg enkele dagen na het bombardement van 31 maart 1943 (Foto J. RH. Roovers).
Voor een slagerij aan de Gedempte Botersloot worden huiden op een sleperswagen geladen. De foto van Henri Berssenbrugge is omstreeks 1910 gemaakt (GA).
Voor een slagerij aan de Gedempte Botersloot worden huiden op een sleperswagen geladen. De foto van Henri Berssenbrugge is omstreeks 1910 gemaakt (GA).

De Rotterdamse politie

Na de Eerste Wereldoorlog nam het gemotoriseerde verkeer snel toe. Ook de politie ging met haar tijd mee. In 1920 werden drie Harley Davidson-motoren aangeschaft. Veel politiemensen vonden het maar niets. Vooral de motoren met zijspan werden gezien als 'de politie onwaardige voertuigen'. Maar juist die motoren bleken uiterst effectief. Een agent kon vanuit zijn zijspan met zijn knuppel hardhandig optreden tegen oproerige lieden onder de bevolking. Leden van de motorbrigade poseren hier met hun materiaal 

ROTTERDAMMERS EN HUN WERK

Waar gewerkt wordt, wordt gerust

De Rotterdammer dronk eind vorige eeuw twee keer zoveel als de gemiddelde Nederlander. Het drankverbruik onder de haven- en industrie­arbeiders lag nog weer boven het gemiddelde van heel Rotterdam. De Volksbond tegen Drankmisbruik probeerde daar iets tegen te doen. De afdeling Rotterdam werd in 1889 opgericht en stelde zich onder meer ten doel de uitbetaling van loon in de kroeg tegen te gaan. De kroegbaas fungeerde vaak tevens als koppelbaas. In de praktijk betekende dit dat degene die de meeste alcoholische consumpties op zijn naam bracht, ook het meeste en het.beste werk kreeg.

De Volksbond begon in de nabijheid van de havens en industrieterreinen koffiehuizen en wachtlokalen op te richten. Aan de werkgevers werd gevraagd de lonen niet meer in de kroeg, maar in de koffie­huizen uit te betalen. In 1911 had de bond al vijf lokalen.

Omstreeks 1910 werden de werk- en rusttijden wettelijk steeds beter geregeld. Voor de Rotterdamse haven was daarvoor de Stuwadoorswet van 1914 van groot belang. Veel bedrijven gingen in deze periode over tot het inrichten van een eigen schaftlokaal. De gouden tijden van de kroegbaas annex koppelbaas waren voorbij. Omdat de Volksbond ondertussen veel ervaring had opgedaan met de exploitatie van de zogenaamde straat-kantines, besloten veel bedrijven de bond om hulp te vragen. De bedrijven stelden een ruimte ter beschikking en de Volksbond exploiteerde het schaftlokaal. Het eerste bedrijf dat op deze manier een bedrijfskantine kreeg, was Thomsen's Haven­bedrijf, in 1912. De bedrijfskantine is tegenwoordig gemeengoed geworden. In het topjaar 1967 exploiteerde de Volksbond 129 kantines.