Veel plezier

Een rit door oud Rotterdam


De plaatselijke tijd in Rotterdam:

 

Geschiedenis Rotterdam

Sinds de negende eeuw lag op de plaats van het huidige stadscentrum van Rotterdam de nederzetting Rotta. Deze werd in de twaalfde eeuw onbewoonbaar door overstromingen van de rivier Rotte. Omstreeks 1270 werd in de Rotte een dam gelegd op de plek waar de Hoogstraat de Rotte kruist. Hieraan ontleent Rotterdam zijn naam. Rond deze dam ontstond een nederzetting waar men in eerste instantie leefde van visserij. Al snel werd het ook een handelsplaats en ontstonden de eerste havens. Op 17 maart 1299 kreeg Rotterdam van graaf Jan I van Holland stadsrechten. In het verleden werd er algemeen van uitgegaan dat die nog datzelfde jaar, na de dood van Wolfert I van Borselen (de voogd van Jan I) en Jan I zelf, werden herroepen, maar die visie is niet meer algemeen gangbaar.[3] Hoe het ook zij, op 7 juni 1340 verleende graaf Willem IV van Holland (opnieuw) stadsrechten. In 1360 werd een stadsmuur gebouwd, nadat men daar in 1358 toestemming voor had gekregen van Albrecht van Beieren Lees meer



Rotterdam Herinneringen aan Vliegveld Waalhaven 

Vliegveld Waalhaven was een Rotterdams vliegveld, dat heeft bestaan van 1920 tot in de Tweede Wereldoorlog.

Waalhaven werd op 26 juli 1920 geopend. Het was aangelegd in de deelgemeente Charlois, op de eerste grond die vrijkwam bij het graven van de Waalhaven en die werd geborgen in het zuidelijke deel van de verder tot haven te vergraven en ontwikkelen polders Robbenoord en Plompert.

In het begin bestond het vliegveld uit een opgespoten terrein zonder verharde banen. In deze beginperiode werden lijndiensten onderhouden door omgebouwde militaire vliegtuigen. Het eerste Nederlandse luchtvrachtvervoer vond ook vanaf dit vliegveld plaats, in juni 1924. In de jaren dertig was het vliegveld een belangrijk knooppunt voor het verkeer van en naar Londen en Parijs. Het vliegveld trok ook veel dagjesmensen, die vanaf 1931 door Spido werden vervoerd.

Op Waalhaven was de Nationale Vliegtuig Industrie gevestigd, en later de Vliegtuigenfabriek Koolhoven. Tot hun verhuizing in 1936 naar vliegveld Ypenburg was het ook de basis van de Rotterdamsche Aero Club en de door deze club gestichte Nationale Luchtvaartschool. Vanaf 10 november 1939 was Waalhaven de thuisbasis van de 3e jachtvliegafdeeling (JaVA) van het Wapen der Militaire Luchtvaart, die met Fokker G.I's vloog.

Op 10 mei 1940 werd het vliegveld grotendeels uitgeschakeld. Een Duits bombardement in de vroegste uren van de Duitse inval vernietigde het grootste deel van de gebouwen. Het werd gevolgd door een Duitse parachutisten- en luchtlanding die de Nederlandse verdediging spoedig oprolde. Nadien maakten Nederlandse en Britse bombardementen het vliegveld nagenoeg onbruikbaar voor de Duitsers, hoewel het nog tot en met 12 mei sporadisch kon worden gebruikt voor landingen. Het vliegveld is na de oorlog niet opnieuw opgebouwd en het gebied werd spoedig na de oorlog tot het bedrijventerrein Waalhaven-Zuid ontwikkeld.



Geschiedenis Rotterdamse diergaarde

1855-1940

In 1855 werd in de Rotterdamse binnenstad, bij de Kruiskade, een tuin ingericht voor fazanten en watervogels. De vogeltuin was eigendom van de spoorwegbeambten F. van der Valk en G.M. van den Bergh. Het werd een succes en op 18 mei 1857 werd als vervolg de Rotterdamsche Diergaarde geopend. De eerste directeur was de dompteur Henri Martin. Het zelfde jaar werd de 'Vereniging Rotterdamsche Diergaarde' opgericht. Alleen leden van de vereniging, vooraanstaande burgers, mochten de dierentuin bezoeken. Later mochten Rotterdamse niet-leden gedurende enkele dagen in augustus eveneens de diergaarde in, maar wel via een aparte ingang. De dierexpositie was gedurende de eerste halve eeuw van zijn bestaan een groot succes en groeide meer en meer. Vooral de opvolger van Martin, de dierkundige A. A. van Bemmelen richtte vanaf zijn benoeming in 1866 de dierentuin in met ruime verblijven die er min of meer natuurlijk uitzagen. In plaats van kooien met tralies liet hij ruimten aanleggen waarin de dieren vrij konden bewegen. Beroemd werd de kunstmatige rotspartij met onder andere yaks en moeflons en een volière van 50 bij 24 bij 9 meter met steltlopers, reigers en gieren. Hij voerde ook een goed personeelsbeleid en stichtte een pensioenfonds voor het personeel. Hij bleef directeur tot aan zijn overlijden in 1897.

In 1924 raakte de dierentuin in financiële problemen. De negentiende-eeuwse wijze van dieren tentoonstellen raakte met de komst van de Hagenbeckstijl uit de mode, en met het drukker wordende verkeer had de gemeente de locatie op het oog om een weg aan te leggen tussen het Hofplein en SpangenTussendijken en Blijdorp. Ook werd de grond van de binnenstad veel te duur. De dierentuin probeerde het tij te keren door lidmaatschap goedkoper te maken, tentoonstellingen en kermissen te organiseren op het terrein en verlichting aan te brengen, zodat de dierentuin ook 's avonds te bezoeken was.

In 1932 werd er besloten om de dierentuin te reorganiseren. Eerst werd er besloten om vaker niet-leden toe te laten en het lidmaatschap aantrekkelijker te maken, maar het mocht niet baten. In 1937 werd er besloten om de dierentuin te verhuizen naar een nieuwe locatie. De dierentuin ruilde grond met de gemeente: de gemeente kreeg een deel van de oude diergaarde gratis, de rest moesten ze betalen. In ruil daarvoor werd de dierentuin eigenaar van twee derde van een nieuwe 13 hectare grote locatie in de wijk Blijdorp, terwijl over een derde van de nieuwe locatie pacht van één gulden moest worden betaald. Met financiële hulp van de Stichting Volkskracht werd een nieuwe dierentuin gefinancierd. De Volkskracht stelde echter een voorwaarde: voortaan moest de dierentuin voor iedereen toegankelijk zijn. Op 26 oktober 1938 werd de Vereniging opgeheven, en de Stichting Rotterdamsche Diergaarde opgericht.

 



Rating: 3.6666666666667 sterren
3 stemmen

OUD ROTTERDAM MET DANK AAN YOUTUBE


Demping van de Steigersgracht in Rotterdam ( toen )