• Alles over het oude Rotterdam
  • verhalen herinneringen oude foto,s
  • tot 1960
ROTTERDAM VAN TOEN _HERINNERINGEN » Rotterdamse wijken toen

Overschie


Overschie is een voormalige gemeente in Zuid-Holland. De naam Overschie wordt reeds in de tiende eeuw genoemd ('Ouwer Schie'), toen het dorp een kleine nederzetting in een groot moerasgebied was.

In Overschie komen de vier wateren bij elkaar die alle vier kortweg met Schie worden aangeduid: De Delfshavense Schie, de Delftse Schie, de Rotterdamse Schie en de Schiedamse Schie. De Schie werd een belangrijke transportroute in de dertiende eeuw, toen de Schielands Hoge Zeedijk werd aangelegd tussen Vlaardingen en Gouda, waarbij twee havens werden gecreëerd bij de Schie en de Rotte. De eerste werd belangrijk voor de ontwikkeling van Overschie, de tweede voor die van Delfshaven (Delfts Haven geeft aan dat deze haven belangrijk was voor de stad Delft). De Schiedamse Schie dateert uit ca. 1250. In 1340 kreeg de stad Rotterdam toestemming om een kanaal te graven tussen het centrum en Overschie: De Rotterdamse Schie. De Delfshavense Schie werd in 1389 gegraven.

Tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten kreeg Overschie het zwaar te verduren. Het lag tussen het Kabeljauwse Delft en het Hoekse Rotterdam en is afwisselend door beide partijen ingenomen, waarbij relatief veel inwoners het leven lieten. De kerk en een aantal huizen werd in 1489 in brand gestoken toen de Rotterdammers het dorp weer moesten opgeven.

Terwijl de plaatsen rond Overschie groeiden, is de plaats zelf altijd klein gebleven. Uiteindelijk is Overschie in augustus 1941 door de buurgemeente Rotterdam geannexeerd. Direct na de oorlog is de gemeente Rotterdam begonnen met de bebouwing van de Kleinpolder. Het was een pilot-project met materialen en prefab-methoden om de bouwtijd te versnellen.



De NV Glimfabriek 

De NV Glimfabriek was een fabriek van poetsmiddelen te Overschie die bestaan heeft van 1918-1970.

Het bedrijf is in 1918 ontstaan uit een samenwerking van de in 1914 opgerichte NV Oliefabriek Schiedam en een groothandel in wasmiddelen en poetsartikelen. Aanvankelijk was men gevestigd aan de Korenaarstraat 45-53 te Rotterdam, maar het bedrijf groeide en verhuisde weldra naar een nieuw complex aan de Overschieseweg te Overschie. Dit karakteristieke pand had een vierkante toren waarop in grote letters het woord: Glim was aangebracht.

Op het hoogtepunt van het bedrijf werkten er ruim honderd mensen, maar de Glimfabriek werd overgenomen door Koninklijke Zwanenberg Organon en werd in 1970 gesloten.

Crooswijk

Crooswijk was tot 1864 een kale polderparticulieren begonnen in die tijd met de ontwikkeling van het terrein tot woonwijk. In 1862 was de Crooswijksesingel al gereed, deze singel werd aangelegd in het kader van het Waterproject van Willem Nicolaas Rose (18011877). De bebouwing begon buiten de cirkel van de singelgordel, dit was tegen het originele plan in. Midden in de polder kwamen veel arbeiderswoningen, dit is nog steeds te zien aan de nauwe straten. Deze huizenreeks moest voorzien in de toenemende vraag naar woningen voor de groeiende arbeidsbevolking.

Langs de singels verrezen statige panden voor de rijkere burgerij, conform de eis die architect Rose aan het (hele) singelplan had verbonden. De vraag hiernaar in Crooswijk was (in die tijd) niet groot. Ook kwamen er in de wijk industrieën, die niet langer gewenst waren in het centrum van Rotterdam. De Heineken bierbrouwerij vestigde zich aan de Crooswijksesingel en in 1879/1880 werd een remise, later de centrale werkplaats, van de RTM/RET(M) aan de Isaäc Hubertstraat naast de Heinekenbrouwerij gebouwd. In 1883 verhuisden ook de veemarkt en het abattoir naar de wijk.

Al omstreeks 1337 werd de naam Crooswijk genoemd. De toenmalige Heer Van Voorne is dan eigenaar van Het Huis of De Hofstede te Krooswijck. Het huis kwam later in het bezit van de graaf van Holland. Het Huis te Krooswijck of Duifhuis lag daar waar de oorspronkelijke bedijking de Rotte kruiste. In de 16e eeuw was er van het oude bouwwerk niet veel meer over dan een ruïne. Tegen het jaar 1600 moet er een nieuw huis gebouwd zijn, dat in 1634 eigendom werd van de brouwer Allard van der Duyn. Door hem werd het huis nog eens geheel "vernieuwt ende seer heerlijck vertimmert ende vergroot met schoone opgemetselde graften" (helling/muur) en schoone plantagiën (moestuinen)". In 1828 werd de stad eigenares. Zij had het terrein nodig voor de aanleg van een begraafplaats buiten de stad (de huidige Algemene Begraafplaats Crooswijk). In de 18e eeuw sprak men over Crooswijk als volgt: "Krooswijk is een vermakelijke buurt of gehucht van lusthoven, moestuinen en woonhuizen"


Opstand Crooswijk 1934

Bij de rellen in Crooswijk in juli 1934, barricadeerden de bevolking de straten met huisraad en karren. De straatverlichting werd onklaar gemaakt waardoor alles bij nacht in het duister was gehuld. Bij het bestrijden van de rellen met de Renault auto’s, werden ze vanaf de daken bestookt met stenen en andere voorwerpen.  Hiertoe werden de auto’s voorzien van zoeklichten.

In 1935 werd er een karabijn brigade opgericht om efficiënter op te kunnen treden bij rellen en ongeregeldheden. Het personeel viel onder het voerwezen en motorbrigade. Ze maakten gebruik van motorvoertuigen en waren uitgerust met gasmaskers, legerhelmen en karabijnen.

Ook konden ze beschikken over twee gepantserde automobielen de P 1 en de P 2. Zij waren eigendom van de Gemeentelijke Burgerwacht, doch werden in voorkomende gevallen door de politie gebruikt.