• Alles over het oude Rotterdam
  • verhalen herinneringen oude foto,s
  • tot 1960
Geschiedenis oud Rotterdam » ROTTERDAMMERS EN HUN SPORT HERINNERINGEN

De bouw van het feyenoord stadion 

Op een winterochtend in 1931 schreeuwt de voorzitter van Feijenoord Leen van Zandvliet het uit: “Ik heb het, ik heb het!” Hij is zojuist wakker geworden uit een droom waarin hij het ideale stadion heeft gezien. Hij tekent zijn idee direct in een kladblok.

Grootse plannen

Van Zandvliet wil het groots aanpakken. Het stadion moet plaats bieden aan 60.000 tot 75.000 mensen. Niet alleen Feyenoord zal er zijn thuiswedstrijden spelen maar ook het Nederlands elftal, zo voorziet hij. Hij geeft zijn ideeën weer in een interview in de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 20 april 1931. De reacties zijn niet onverdeeld positief. Aan de financiële haalbaarheid wordt hardop getwijfeld. Van Zandvliet trekt zich weinig aan van de kritiek. Op de ledenvergadering van 21 maart 1934 wordt het plan aangenomen met 28 tegen- en 127 voorstemmers.--lees meer


DE BOUW FEYENOORD STADION 

OPENING FEYENOORD STADION  VIDEO DANK- YOUTUBE

Bouw van de kuip


Op 29 juli 1923 werd aan de Kralingseweg de Rotterdamse wielerbaan geopend. Op die dag werden voor uitverkochte tribunes nationale wedstrijden gehouden. Op de foto de Amsterdamse sprintkampioen Jaap Meyer aan de start. De wielerbaan werd in 1934 gesloopt


Op 27 maart 1937 werd het stadion, dat in de volksmond al snel De Kuip werd genoemd, officieel geopend met een wedstrijd tussen Feyenoord en het Belgische Beerschot. Feyenoord won dat duel met 5-2 en Leen Vente maakte het eerste doelpunt in De Kuip.

Bok de Korver was bekender

Uit 1915 dateert een nooit bevestigd verhaal over de populariteit van de Spartaan Bok de Korver, die als voetballer een nationaal idool was. Volgens een jubileumboekje van Sparta gebeurde er dat jaar het volgende: 'Moeder', zei Juliaantje onlangs tot Hare Majesteit, 'Moeder, wat staan onze portretten toch dikwijls in de bladen, veel meer dan van andere mensen'. 'Neen, Juliaantje. Er is één mens, wiens portret meer in de bladen staat dan het onze. En dal is mijnheer De Korver uit Rotterdam'. 'O, ja', zei Juliaantje, die een echt bijdehand kind is, 'Maar Bok is ook een voetballer en wij zijn Koningin, hè moe?' De Koningin zweeg'.


Boogschieten en schermen

Militaire 'sporten' die vóór het jaar 1800 in de Maasstad een rol speelden, waren boogschieten en schermen. Boogschutters waren leden van de schutterij, die in de vijftiende eeuw de voetboog of de handboog bedienden. De Sint Sebastiaansdoelen, tussen de Lombardstraat en de Botersloot, was het domein van de handboogschutters. De Sint Jorisdoelen bood onderkomen aan de voetboogschutters. In de negentiende eeuw werd het boogschieten een sport. In Rotterdam werden onder meer opgericht: het Handboogschuttersgilde Willem Teil (1844) en de Koninklijke Handboogschutterij 'De Batavieren te Paard' (1872).

In de Sint Jorisdoelen was ook een schermschool gevestigd. Dat was niet toevallig, want de dril- of schermmeester gaf meestal les in zowel de bediening van de voetboog als in het gebruik van de

degen. De oudstbekende schermmeester was Davidt Jansz. Hij gaf les in het midden van de zestiende eeuw. De belangrijkste scherm- of vechtmeester van Rotterdam was Jacob Kindt, in de jaren 1630-1655. Ook in de schutterij speelde hij een rol van betekenis. De schermschool kende vooral in de achttiende eeuw een wisselvallig bestaan. In diverse lokaliteiten, zoals het Boterhuis dat naast de Prinsenkerk aan de Botersloot stond, en de Beurs aan de Blaak, werd onder leiding van vele opeenvolgende leraren de schermkunst beoefend. Toen het schermen in de negentiende eeuw meer sport werd, kwam het in 1864 tot de oprichting van de vereniging Eendracht Maakt Macht


'Dit heeft Rotterdam nog nooit meegemaakt en dit zal het ook nooit meer meemaken' .Woorden van de vroegere burgemeesterWimThomassen. Hij sprak ze op 7 mei 1970, bij de indrukwekkende huldiging van Feyenoord, dat een dag eerder als eerste Nederlandse voetbalclub de Europa-cup had gewonnen. De huldiging was een onvergetelijke gebeurtenis. Honderdduizenden mensen juichten op de Coolsingel het op het balkon van het stadhuis staande elftal toe. Het illustreert waartoe sport in onze tijd kan leiden.

Sport is niet meer weg te denken uit de huidige samenleving. Amateursport, beroepssport, gehandicaptensport, topsport, bedrijfssport: er zijn vele verschijningsvormen en er gaat geen dag voorbij of vele duizenden Rotterdammers zijn aan het sporten of trimmen. Vooral de laatste jaren is sportbeoefening door werktijdverkorting en veranderde leefgewoonten toegenomen

GENIET VAN DE MOOIE OUDE SPORT FOTO,S VAN TOEN IN ROTTERDAM

Sport uit Engeland

In de tweede helft van de negentiende eeuw ontstond er in Nederland langzamerhand een situatie waarin plaats was voor de toen reeds tientallen jaren in Engeland beoefende sporten als cricket, wielrennen, voetbal, hockey en tennis. Vaak gestimuleerd door leraren die de Engelse manier van leven propageerden, won ook in ons land de sportbeoefening in het middelbaar onderwijs terrein.

De eerste sport die op deze manier ingang vond, was cricket. In Rotterdam werd in 1881 de eerste Maasstedelijke cricketclub opgericht, onder de naam Rotterdamsche Cricket Club. Er werd gespeeld op een terrein aan de Oude Delfshavensche weg, achter de Melkkop, een plaats die nu bij Het Park ligt. Andere clubs waren Excelsior, Concordia, Hercules, Olympia en Victoria. Ze werden allemaal in het midden van de jaren tachtig opgericht. Een bewijs dat de cricketsport in Rotterdam snel tot bloei kwam. Toch zou cricket na korte tijd door de opkomst van voetbal, de latere wereldsport-nummer-één, aan betekenis verliezen. Dat cricketspelers gingen voetballen, kwam aan de ene kant omdat cricket alleen 's zomers gespeeld kon worden en aan de andere kant door de manier waarop de Haarlemmer

Pim Muiier dat voetbal stimuleerde. Hij was in ons land de 'brenger' van onder meer voetbal, atletiek en hockey. In 1879 had hij de Haarlemsche Football Club al opgericht, waar de eerste jaren 'rugby-football' werd gespeeld. Muiiers pogingen om meer en meer het Engelse, minder ruwe 'association-football' in te voeren, werden in het begin van de jaren tachtig beloond. De Haarlemse elite-jeugd demonstreerde het spel aan Amsterdamse, Haagse en Rotterdamse sportlui. In Rotterdam sloeg dit aan. Eén van de eerste Rotterdamse verenigingen waar men naast cricket ook voetbal ging spelen, was de Cricket- en Footballclub Concordia.Tot de pioniers van die club behoorden ook Pieter Droogleever Fortuyn, de latere burgemeester van de Maasstad, en Jan Kan, die minister van binnenlandse zaken werd. Concordia speelde op een veld op het Noordereiland, achter het Stieltjesmonument. De dagbladen maakten in 1886 voor het eerst melding van voetbalwedstrijden in Rotterdam. Het ging om de clubs Concordia, Achilles, Olympia en Victoria. Ook de geboortegrond van het historierijke Sparta uit 1888 moet op het Noordereiland worden gezocht.


BOKSER BEP VAN KLAVEREN

Lambertus "Bep" van Klaveren (26 September 1907 – 12 February 1992) was a Dutch boxer, who won the gold medal in the featherweight division at the 1928 Summer Olympics in Amsterdam. Van Klaveren remains the only Dutch boxer to have won an Olympic gold medal. His younger brother Piet competed as a boxer at the 1952 Summer Olympics. [1]

Biography

Born in Rotterdam as Lambertus Steenhorst, he adopted the name of his stepfather Pieter van Klaveren when he was eight. After primary school, he worked as a butcher's assistant and fought in his spare time. He seriously took up boxing aged 16, and around that time changed to a vegetarian diet believing it fits better for a boxer. In 1926 he won the national flyweight title and in 1927–29 the featherweight title. After his Olympic success in 1928, he received a hero’s welcome in his hometown Rotterdam and was presented to the Dutch Queen and her prince consort.[1]

In 1929 van Klaveren began a long career of professional boxer, which ended in 1956. In 1931 he became European champion in the lightweight division and in 1938 he won the same title in the middleweight division. During his professional tenure, van Klaveren fought on four continents and won fights against Ceferino Garcia and Kid Azteca. He also faced Hall of Famers Young Corbett III and Billy Petrolle.[2]

In 1935 van Klaveren married Margarite Olivera, daughter of a banker. He lost much money through her excessive lifestyle and through his boxing manager. Van Klaveren was sentenced for one year for assaulting Olivera. He was released on bail after three months and fled to Rotterdam, leaving behind all his possessions.[1]

During World War II van Klaveren served overseas with the Dutch army. He then moved to Australia with his second wife, an Australian nurse, and worked there as a sports teacher, dock worker, bouncer, and boxing instructor. He then returned to Rotterdam and retired in 1948, but returned to the ring in 1954 and won 11 out of 12 bouts. He retired for good in 1956 after an unsuccessful attempt to win the European welterweight title.[2] The same year he married for the third time, and for several years ran a cigar shop with his wife, though with little success. He continued to train through all his life and did not smoke or drink alcohol. He died in 1992 in his native Rotterdam, aged 84. The same year a memorial statue of van Klaveren was installed in Rotterdam. The annual Bep van Klaveren boxing memorial was launched in 1993, and became the largest boxing competition in the Netherlands.[1]

Gallery