• Alles over het oude Rotterdam
  • verhalen herinneringen oude foto,s
  • tot 1960
ROTTERDAM VAN TOEN _HERINNERINGEN » Rotterdam Openbare diensten

Rotterdam Openbare diensten-Politie van                                     Rotterdam van toen

Sinds 1340 verkreeg Rotterdam per Privilege, Stadsrechten.

In dit privilege werd gesteld dat een Baljuw of Schout en de Schepenen de dragers van de overheidstaken waren.

Het begon met zogenaamde Hellebaardiers die in de omgeving van de Burgemeester ten stadhuizen zorgden voor de handhaving van de orde. Zij verrichten behoorlijk gewapend ook dienst aan de stadspoorten. De Schout en de Schepenen maakten keuren om over straten en stegen, heulen, op- en afritten van bruggen, maten en gewichten, vuur en licht, politierecht uit te oefenen. Zij berechtten ook handelsgeschillen en hadden het toezicht op vreemdelingen.

Tussen het luiden van de avond- en de morgen poortklok werden de stand poorten gesloten. Niemand mocht er nog in of uit. Zeker op vagebonden en bedelaars werd toegezien dat ze de poorten niet binnen kwamen.(Zie foto album rechts )-Lees meer


Rating: 0 sterren
0 stemmen

Rotterdamse -Brandweer Geschiedenis

Heel vroeger was er geen brandweer. Als er brand was, moest iedereen zelf maar zien dat hij op tijd vluchtte. Om de brand te blussen, mocht je blij zijn met de hulp van je buren.

Rond 1300 waren de meeste huizen nog van hout. Zo kon dus een brand overspringen van het ene naar het andere huis, waardoor vaak hele dorpen verwoest werden. Ook hadden de meesten huizen geen schoorsteen maar een gat in het dak. De schouten deden hun uiterste best om mensen een schoorsteen te laten bouwen, maar het was niet verplicht. In 1521 werd een stap in de goede richting gezet door Karel V; hij maakte in dat jaar een ordonnantie waarin stond dat dat alleen huizen van steen gebouwd mochten worden. Toen de steden en dorpen groter werden, zagen de mensen in dat het belangrijk was het bestrijden van brand beter te organiseren. Er kwamen wakers en andere mensen die als er brand was te hulp konden komen.

Emmertjes

Er bestond ook nog niet veel materiaal om brand te bestrijden. Hoewel in de oude Griekse tijd al een soort pomp was uitgevonden, was dat idee verloren gegaan. Men bluste daarna weer met emmertjes die van leer waren gemaakt. Die moesten dan gevuld worden in een sloot of put. En dan door rijen mensen aan elkaar doorgegeven worden om op het vuur te gooien.-LEES MEER



Foto album Rotterdamse brandweer

Brand kisten fabriek

Kwart over acht ontdekken passanten rookwolken op de eerste verdieping van de opslag aan de Oeverstraat. “Bij het openen van de luiken zag men binnen reeds vlammen in het zaagsel.” Over de oorzaak verschillen de meningen. “Vermoedelijk door broeiing”, anderen houden de machines verantwoordelijk: “De stoommachine was onklaar geraakt. De machine was op hol geslagen, waardoor het drijfwerk warm liep.”

Hoe dan ook, daarna gaat het hard. “De brandbare inhoud, ledige olie- en margarinevaten, zaagsel en planken, gaf zozeer voedsel, dat het fraaie pakhuispand een prooi der vlammen zou worden”. Langzaam maar zeker breidt de brand zich uit. Tegen 22:00 uur slaan de vlammen door de luiken. “Ontzettend was toen het schouwspel en niet minder de hitte”. De aangrenzende straten worden ontruimd, de brandweer houdt de woningen nat, “doch het water verdampte door de hitte”.

Om half elf storten de eerste muren in. “Kanongebulder gelijk begon nu het instorten van stukken muur en zolderingen. Dreunend vielen grote brokstukken op de straten.” Een half uur later slaat de brand over de Oeverstraat naar de stoomkuiperij en -kistenmakerij. In vijf minuten staat het complex (drie verdiepingen hoog en 100 meter lang) in lichter laaie. De brandweer is inmiddels aanwezig met 30 handbrandspuiten, 7 stoomspuiten en vijf drijvende stoomspuiten. Om half twaalf brandt ook een opslagplaats van kaas. “De brandweer heeft thans de gebouwen der firma v.d. Lugt prijsgegeven en concentreert al hare krachten op de boterfabriek van Laming & Sons, die, vijf verdiepingen hoog, over een geheele zijde in brand staat”.


Rotterdamse tram

In 1878 werd de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij (RTM) opgericht. Een jaar later, in 1879, reed de eerste paardentram in Rotterdam. Vanaf 1882 gingen er ook stoomtrams rijden in en rondom de nog niet uitgebreide stad. In 1904 werd er begonnen met de eerste buslijnen en, met de invoering van de elektrische tram in 1905, werd er een nieuw trambedrijf opgericht; Rotterdamsche Electrische Tramweg Maatschappij (RETM).

Vanaf 1898 verzorgde de RTM ook het tram- en bootvervoer van en naar de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden. In 1966 reden daar de laatste trams en ging de RTM verder als busbedrijf. De RTM ging, na een fusie met andere bedrijven, met het busbedrijf verder als ZWN. Uiteindelijk werd dit bedrijf in 1999 opgenomen in het Connexxion-concern.

De eerste elektrische tramlijn werd op 18 september 1905 in gebruik genomen door de RETM, dit was lijn 1 Honingerdijk - Beurs - Park. Hier kwamen in 1906 nog vijf lijnen bij, terwijl er in 1907 en 1908 nog vier lijnen volgden.

De RETM droeg na enkele jaren onderhandelen het trambedrijf over aan de gemeente Rotterdam. Op 4 april 1927 werd het Raadsbesluit genomen en op 15 oktober van dat jaar werd de RETM officieel een gemeentelijk vervoerbedrijf en kreeg het de naam RET. Destijds had het bedrijf 1.903 werknemers in dienst, die allen werden ondergebracht bij de gemeente.

Het maximum- aantal lijnen werd in 1930 bereikt toen de Rotterdamse tram 25 lijnen had. Het materieel was in de eerste jaren donkerblauw, vanaf de jaren tien werd dat crème, en in de jaren dertig okergeel. Tussen 1929 en 1931 kwamen er 170 moderne vierassige motorwagens en 20 bijwagens in dienst in de nieuwe okergele kleur. Deze trams behoorden toen tot het modernste trammaterieel van Europa. Tot in de jaren zestig zouden deze trams de ruggengraat van het Rotterdamse trambedrijf vormen.

Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er vanaf 1948 in een modernere versie nog eens 36 vierassige motorwagens en 36 bijwagens bij, gevolgd door 15 vierassige en 14 gelede Zwitserse lichtgewicht-trams in 1956-'57. Vanaf 1964 kwamen er 95 nieuwe gelede trams in dienst, die (grotendeels) de plaats van de vierassers innamen. Vanaf 1981 kwamen er 100 nieuwe ZGT-trams in gele kleur die (een deel van) het materieel uit de jaren zestig vervingen. In de jaren 90 werden voor de huiskleur van het bedrijf de Rotterdamse kleuren groen en wit ingevoerd. Deze trams werden op hun beurt vanaf 2003 vervangen door 113 Citadis-trams in zilvergrijze kleur, die sindsdien het beeld van de Rotterdamse tram bepalen.

 

Ongevallen en aanrijdingen met de RET tram in het verleden Rotterdam