Veel plezier

nieuw-Een rit door oud Rotterdam » Bekende sporten van toen en nu
De plaatselijke tijd in Rotterdam:

Sport uit Engeland

In de tweede helft van de negentiende eeuw ontstond er in Nederland langzamerhand een situatie waarin plaats was voor de toen reeds tientallen jaren in Engeland beoefende sporten als cricket, wielrennen, voetbal, hockey en tennis. Vaak gestimuleerd door leraren die de Engelse manier van leven propageerden, won ook in ons land de sportbeoefening in het middelbaar onderwijs terrein.

De eerste sport die op deze manier ingang vond, was cricket. In Rotterdam werd in 1881 de eerste Maasstedelijke cricketclub opgericht, onder de naam Rotterdamsche Cricket Club. Er werd gespeeld op een terrein aan de Oude Delfshavensche weg, achter de Melkkop, een plaats die nu bij Het Park ligt. Andere clubs waren Excelsior, Concordia, Hercules, Olympia en Victoria. Ze werden allemaal in het midden van de jaren tachtig opgericht. Een bewijs dat de cricketsport in Rotterdam snel tot bloei kwam. Toch zou cricket na korte tijd door de opkomst van voetbal, de latere wereldsport-nummer-één, aan betekenis verliezen. Dat cricketspelers gingen voetballen, kwam aan de ene kant omdat cricket alleen 's zomers gespeeld kon worden en aan de andere kant door de manier waarop de Haarlemmer

Pim Muiier dat voetbal stimuleerde. Hij was in ons land de 'brenger' van onder meer voetbal, atletiek en hockey. In 1879 had hij de Haarlemsche Football Club al opgericht, waar de eerste jaren 'rugby-football' werd gespeeld. Muiiers pogingen om meer en meer het Engelse, minder ruwe 'association-football' in te voeren, werden in het begin van de jaren tachtig beloond. De Haarlemse elite-jeugd demonstreerde het spel aan Amsterdamse, Haagse en Rotterdamse sportlui. In Rotterdam sloeg dit aan. Eén van de eerste Rotterdamse verenigingen waar men naast cricket ook voetbal ging spelen, was de Cricket- en Footballclub Concordia.Tot de pioniers van die club behoorden ook Pieter Droogleever Fortuyn, de latere burgemeester van de Maasstad, en Jan Kan, die minister van binnenlandse zaken werd. Concordia speelde op een veld op het Noordereiland, achter het Stieltjesmonument. De dagbladen maakten in 1886 voor het eerst melding van voetbalwedstrijden in Rotterdam. Het ging om de clubs Concordia, Achilles, Olympia en Victoria. Ook de geboortegrond van het historierijke Sparta uit 1888 moet op het Noordereiland worden gezocht.

Voetbal

Een spelmoment uit de wedstrijd Xerxes-Sparta, gespeeld op 8 januari 1933 op het Wilgenplas-terrein. Xerxes beschikte daar in de periode 1932-1938 over een stadion dat plaats bood aan 30.000 toeschouwers.
Overzicht van het knusse Feyenoordveld aan de Kromme Zandweg tijdens de openingswedstrijd tegen Be Quick uit Zutphen, op 26 augustus 1917. Feyenoord beleefde hier gouden jaren. Vaak kwam men dan ook tribuneruimte tekort. Hieraan kwam pas in 1937, met de o
Na de officiële opening van het Feyenoord Stadion op 27 maart 1937 verrichtte burgemeester mr. P. Droogleever Fortuyn in de stromende regen de aftrap voor de wedstrijd Feyenoord-Beerschot (5-2). Rechts Feyenoord-voorzitter L. van Zandvliet en de speler Le
In november 1923 werd op Spangen de wedstrijd om de gouden Onafhankelijkheidsbeker gespeeld tussen het Bondselftal en het Rotterdams elftal. Direct na afloop heerste er een gezellige drukte op het terrein (GA).
Rotterdams idool Coen Moulijn in 1956. Met zijn befaamde acties op links bracht hij de toeschouwers in vervoering. Zijn populariteit was zó groot dat Feyenoord-voorzitter Kieboom zei: 'Als wij Coen alleen maar op de middenstip zetten, komen er al 10.000
De dames van Sparta in 1896. Voor damesvoetbal kon men in die tijd maar weinig waardering opbrengen. De voetbalbond verbood daarom ook een ontmoeting tegen Engelse vrouwelijke collega 's, die graag in Rotterdam wilden komen spelen (GA).
op 14 mei 1905 speelden Nederland en België hun eerste interland¬wedstrijd. De uitslag was 4-0 in het voordeel van het Nederlands elftal. Volgens de dagbladen werd de wedstrijd door 30.000 toeschouwers bijgewoond. Hoewel men zelfs op de daken van de huize
op 14 mei 1905 speelden Nederland en België hun eerste interland¬wedstrijd. De uitslag was 4-0 in het voordeel van het Nederlands elftal. Volgens de dagbladen werd de wedstrijd door 30.000 toeschouwers bijgewoond. Hoewel men zelfs op de daken van de huize
Puck van Heel voor aanvang van de wedstrijd.jpg
Feyenoord tegen Sparta 3-2.jpg
Aldecenia lang is Feyenoord-1.jpg
Feijenoord Station aankomst voetbal supporters ca 1937.jpg

Al decennialang is Feyenoord de 'bewoner' van De Kuip. Het stadion is ontworpen door architect Van der Vlugt. Grote man achter dit idee was Leen van Zandvliet. De voorzitter van Feyenoord in de jaren 30 riep op een dag uit "Ik heb het, ik heb het!" Hij was wakker geworden uit een droom; hij schreef het idee snel op een kladblok. De vorm van het stadion, met een 'loshangende' tweede ring zodat niets het uitzicht van de toeschouwers zou belemmeren, zou zijn droom tot hem zijn gekomen. Enkele maanden later werd architect Van der Vlugt uitgenodigd voor een gesprek. Een stadion met twee verdiepingen moest gerealiseerd worden. De kern van het gesprek was 'eenvoud', verfraaiingen kwamen er niet aan te pas.

In 1934 maakte Van Zandvliet enkele trips naar het buitenland om op zoek te gaan naar andere, soortgelijke stadions. Het Highbury van Arsenal FC maakte indruk op hem. Dat had namelijk ook sinds 1932 twee verdiepingen, hetzelfde idee als Van Zandvliet dus. Van Zandvliet vond dat de enorme toestroom van publiek tijdens wedstrijden van Feyenoord de bouw van een modern voetbalstadion met plaats voor tienduizenden toeschouwers rechtvaardigde. Hij ondernam tevens een studiereis naar Amerika en bezocht het stadion van de Boston Red Sox wat hem inspireerde om deze nieuwe inzichten van faciliteiten gecombineerd met meerdere lagen waarvanuit elk gezichtspunt de wedstrijd toch goed te zien zou zijn te verwezenlijken. Voor de financiering steunde hij op havenbaron Daniël George van Beuningen.Lees meer

Bouw Feyenoord stadion 

Rating: 0 sterren
0 stemmen

Opening Feyenoord stadion 1937


Bep van Klaveren (tot 1916 Lambertus Steenhorst[1]) (CrooswijkRotterdam26 september 1907 - Rotterdam, 12 februari 1992) was een Nederlands bokser, die gedurende zijn carrière de bijnaam The Dutch Windmill verwierf.

Van Klaveren werd tijdens de Olympische Spelen in Amsterdam in 1928 kampioen in de klasse vedergewicht. In 1931 werd hij Europees kampioen lichtgewicht en in 1938 Europees kampioen middengewicht. Hij woonde een tijd lang in de Verenigde Staten, waar hij ondanks aankondigingen nooit om de wereldtitel bokste. Waarschijnlijk wilden de organisatoren niet het risico nemen dat de ook voor hen lucratieve wereldtitel in handen van een buitenlander kwam. In totaal bokste Van Klaveren 102 wedstrijden; hij won er 77, verloor 18 keer en 7 partijen eindigden onbeslist. Hij bokste op 19 maart 1956 zijn afscheidswedstrijd, tegen de Duitser Werner Handtke.

Van Klaveren was niet alleen bekend vanwege zijn vechtlust (die hem in de gevangenis deed belanden, hij kreeg een jaar voor het buiten westen slaan van zijn vrouw, maar zat maar drie maanden uit), maar ook om zijn onverbloemd taalgebruik. Een bekend citaat van hem, over verslagen tegenstanders, was "Ik gaf hem een klap, hij hep nooit meer gebokst." Tot kort voor zijn dood op 84-jarige leeftijd trainde hij nog elke dag.

Van Klaveren stond bekend als een groot fan van de Rotterdamse voetbalclub Excelsior. Zijn jongere broer Piet deed mee aan het bokstoernooi tijdens de Olympische Zomerspelen 1952.

Van Klaveren was vegetariër, dit nadat hij had vernomen dat het zijn sportieve prestaties zou verbeteren.

In 1929 werd Van Klaveren professional. Onder de bezielende leiding van bokspromotor (iemand die bokswedstrijden organiseert) "ome" Theo Huizenaar, won Bep het ene gevecht na het andere. In 1931 werd hij Europees kampioen lichtgewicht. Maar rijk werd hij er niet mee. Daarom besloot hij zijn geluk in Amerika te gaan beproeven, het boksland bij uitstek.

In 1932 vertrok hij. Bij zijn afscheid was ook zijn oude leermeester, "ome" Piet Dijksman komen opdagen. "Doe de groeten van me aan Jack Dempsey", sprak deze. "Wat is dat voor een gozer?" wilde Bep weten. "Een kennis", bleef ome Piet bescheiden. Het bleek later de wereldkampioen zwaargewicht boksen te zijn, met wie Van Klaveren een goede relatie opbouwde en die hem van nuttige tips voorzag. "Ik hem ook hè", verklaarde Bep later.

Na een moeizame start in Amerika kwamen dan toch eindelijk de successen waarop hij had gehoopt. En in 1935 trouwde Bep met een Amerikaanse. Die joeg de duizenden dollars, die hij in de ring verdiende, er al snel doorheen. Zijn huwelijk liep op de klippen en nadat hij zijn vrouw had mishandeld, belandde hij in de gevangenis. Na drie maanden werd hij vrijgelaten en keerde in 1936 zonder een cent op zak in Rotterdam terug.